Historie Westenholte

Het verdwenen kasteel Voorst

In Nederland zijn veel kastelen van de aardbodem verdwenen. Vaak zijn deze bombastische bouwwerken gehuld in mysteriën of spannende verhalen. De redactie van Historiën doet die verhalen en geheimzinnigheden uit de doeken. Hier gaat het over kasteel Voorst, dat ooit gestaan heeft in de kop van Overijssel, in de polder Mastenbroek, of zoals in die tijd het moeras Voorsterbroek.

 

Lennep-1884-II-Voorst

Een gefantaseerde voorstelling van kasteel Voorst uit 1840, door W.J. Hofdijk. Bron: Wikipedia

De slag bij Ane

De slag bij Ane herdacht vond plaats op 27 juli 1227. In Gramsbergen (op de Drents-Overijsselse grens, tussen Hardenberg en Coevorden) zijn bloemen neergelegd. Over het gevecht doen ware indianenverhalen de ronde, waarbij scalperen een onderdeel was van de strijd. Vele ridders deden mee, waaronder de Heren van Voorst; de rijkste en machtigste heersers. Wat waren voor hun de gevolgen van deze bloedige oorlog?

Gevaarlijke omgeving

Het gaat hier over kasteel Voorst, iets boven Zwolle gelegen, in Overijssel. Het kasteel heeft gestaan in de oudste polder van Nederland: Mastenbroek. Volgens de overleveringen waren de muren twintig meter hoog en enkele meters dik, zo bleek uit opgravingen uit de jaren ’80. Voorst was het grootste kasteel dat Nederland ooit heeft gekend.

Het kasteel bestaat sinds 1363 niet meer. Het geslacht Voorst nog wel. Wat is er gebeurd?

Verre foreest

Collectie Historisch Centrum Overijssel. Blok 700

De locatie van kasteel Voorst, bij Zwolle. Bron: Collectie Historisch Centrum Overijssel. Blok 700

Al in het jaar 944 zou er een burcht gestaan hebben aan de rand van het moerasgebied boven Zwolle. Dit gebied was van de bisschop van Utrecht en stond bekend als ‘pagus forestensis’, ofwel onherbergzaam moerassig veengebied. Het was er nat, koud, vochtig en ongezond. De bisschop wilde er zelf niet wonen en stuurde een forestarius, een beheerder, om de boel in de gaten te houden. De oudste telgen van het geslacht Voorst waren beheerder van dit gebied. Oorspronkelijk waren zij niet van adel. De taalsprong forestarius, forest, vooreest, voorst is snel gemaakt.

Haantje de voorste

De eerste echte vermelding die we echt na kunnen lezen stamt uit 1195. In een aantekening staat Engelbertus de Voorste vermeld, als aanwezige bij een bijeenkomst in Deventer, waar stukken land in Overijssel werden verdeeld.

Hoe verging het de familie Voorst? Zij waren niet van adel, maar wel slim en gewiekst. Al snel wisten zij zich omhoog te werken tot ministrielen, die als taak hadden de belangen van de bisschop te behartigen, zijn goederen en geld te beheren en zijn belastingen te innen.

De familie van Voorst had het in Overijssel (Oversticht) goed voor elkaar. Door de pachtopbrengsten, tolheffingen, belastingen, lenen van goud en af en toe een kruis- of rooftocht, wisten ze binnen 100 jaar macht en rijkdom te vergaren. De bisschop woonde ver weg in Utrecht (Sticht) en kon hun niet goed controleren.

Van hip tuf

In 1195 stond er een kleine burcht in ‘pagus forestensis’. In 1200 stond er een tufstenen kasteeltje. Tufsteen was hip en modern, want meestal, volgens archeologisch onderzoek, werden burchten opgetrokken uit hout. Aan het tufsteen was te zien dat de macht en rijkdom van de familie groeide. De heren van Voorst waren bezig met het uitbouwen van hun eigen machtspolitiek in de regio. Ze hieven tol en leefden van de opbrengsten van de pachtboerderijen. Het kasteel Voorst was zo machtig, dat ze hun eigen munt sloegen, een voorrecht dat alleen rijke steden en aanzienlijke kasteelheren hadden.

Zelfstandigheid, vrijheid en autonomie

De belangen van de heren van Voorst en de bisschop van Utrecht, hun landsheer, stonden lijnrecht tegenover elkaar. De bisschop wilde meer grip op het gebied en het geslacht Voorst wilde meer macht over het gebied. Naast deze partijen stonden de steden Deventer, Zwolle en Kampen. De stadsbesturen vochten voor meer vrijheid en zelfstandigheid ten behoeve van de handel. Vrije handel, los van de bisschop en los van de kasteelheren, was gunstig voor de economie van de steden. Zij wilden dus meer handelsrechten en geen tolplichten meer aan de kasteelheren. De heren van Voorst streefden naar meer zelfstandigheid, zodat zij hun economische en politieke macht konden uitbreiden. Tussen deze partijen zat de landsheer, die inkomsten uit het gebied wilde en daarvoor afhankelijk was van de beheerders, Voorst. De kasteelheren bestuurden het gebied, inden pacht en brachten op die manier geld binnen. Uit angst dat de heren van Voorst teveel macht kregen, verleende de bisschop meer rechten en vrijheden aan de steden in een poging een soort machtsevenwicht te bewerkstelligen. Vrijheden voor de steden was een doorn in het oog van de ridders van Voorst. Zij kregen minder inkomsten wanneer ze geen belastingen op de inkomsten van de steden konden heffen. Deze moeizame driehoeksverhouding tussen de steden, de landsheren en de ridders sudderde de hele geschiedenis voort.

plattegrond van kasteel Voorst

Een plattegrond van een opgraving van kasteel Voorst. Bron: Wikipedia.

Hermannen

De heren van Voorst hadden honger: landhonger en honger naar rijkdom en macht. Dit was regelmatig aanleiding voor oorlogen met Zwolle, Kampen en Deventer. In 1220 was de bisschop van Utrecht het zat. Hij wilde rust in de regio. Met een groot leger trok hij naar Zwolle. In het moeras van Mastenbroek sloeg hij met zijn manschappen het kamp op. De belegering begon en enkele dagen later verloor Voorst de slag. De bisschop zegevierde als overwinnaar, maar was mild tegenover de heren van Voorst, die overigens beide Herman heetten. (Volgens de overleveringen was er sprake van verwantschap, maar welke familierelatie de heren precies hadden is niet bekend). Het kasteel werd met de grond gelijk gemaakt, maar de Hermannen mochten hun bezittingen en rechten houden. Uiteindelijk wilde de bisschop niet dat er teveel macht naar de steden zou gaan, dat zou het wankele politieke evenwicht tussen hem, de ridders en de steden verstoren.

Scalperende slag

Niet alleen de heren van Voorst verstoorden de rust, ook de Friezen waren lastig in Overijssel. De bisschop had de slag te pakken en de vechtjas besloot de Friezen in 1227 een lesje te leren in de slag bij Ane. Gretig sloten de beide heren, waarschijnlijk neven, Herman van Voorst zich bij de bisschop aan, in de hoop dat hij hen na de overwinning rijkelijk met geld en macht zou belonen. Strategisch inzicht of uitgekookt opportunisme?

In ieder geval liep het ietsje anders. De inmense legers van de bisschop van Utrecht en van de heren van Voorst werden verslagen. Om hun minachting en respectloosheid te laten blijken werden ze door de Friezen gescalpeerd. Ook het tonsuurtje van de bisschop ging als trofee mee naar Friesland. Het heeft tot de tweede helft van de dertiende eeuw geduurd totdat het in die regio rustig was.

Duivels contract tegen moerasburcht

De steden profiteerden van het verliezen van Voorst en van de bisschop. Ze grepen hun kans en zorgden ervoor dat ze met hun vrije handel stevig in het zadel zaten. In 1294 komt het tot een nog nooit eerder gesloten verbond. De steden Zwolle, Deventer en Kampen sluiten een handels- en vredesverdrag. Dit deden ze samen met de heren van Almelo, het plaatsje Kuinre en de graaf van Buckhorst, ook aartsvijanden van de ridders van Voorst. Het bijzondere was, dat het contract werd gesloten zonder toestemming van de landsheer. Afgesproken werd dat ze elkaars rechten en vrijheden respecteerden en elkaar beschermden tegen inbreuk. Ze sloten zich ook aaneen tegen de heren van Voorst. Als de heren van Voorst een van de partijen aan zou vallen, dan verklaarden ze daarmee aan alle contractanten de oorlog.

Een verdrag was nodig, want er was reden genoeg om bang te zijn voor Voorst. Sinds de verwoesting van het kasteel, in 1224 zaten de heren niet stil. In 1250 werd er alweer melding gemaakt van een grote burcht, nog groter en machtiger dan het oude kasteel. Nog steeds hadden de heren van Voorst honger naar macht en land.

Bisschoppen over de kop

In 1317 stierf de bisschop Gwijde van Avesnes. Deze Utrechtse landsheer had het goed voor met de steden. Hij verleende de stadsraden veel vrijheden en rechten. Het gevolg was dat de handel bloeide. Gwijde werd opgevolgd door Frederik van Sierck. De steden waren wantrouwig. Wat wilde deze man? Was hij hen goedgezind? Hoe zat het met de oude verworven rechten? Kon de vrije handel nog doorgaan? Van Sierck bleek een slappeling op bestuurlijk vlak en hij had innige vriendschappen met de ridders van kasteel Voorst. En die zagen hun kansen schoon. Via slinkse politiek eisten zij de landerijen van de stad Zwolle op. Hieruit bleek toch de verdeeldheid van de steden onderling. Deventer en Kampen schoten Zwolle niet te hulp, ondanks het verdrag van 1294. Ze vonden het wel prettig, een zwak Zwolle, zodat ze zelf hun macht en rijkdom konden uitbreiden. De heren van Voorst pikten steeds meer land in. Dit werd de nieuwe landsheeer Jan van Diest, de opvolger van Frederik, te gortig. Hij probeerde met hulp van graaf Willem III van Holland maatregelen te nemen. Verbolgen en boos stak Roderik van Voorst de stad Zwolle in brand en in 1330 ging hij op oorlogspad tegen de legers van de landsheer Jan en de graaf Willem. Dat had hij beter niet kunnen doen, want die slag verloor hij. De oorlogsschade moest hij terugbetalen.

IJzervreters

Jan van Diest werd opgevolgd door Jan van Arkel (1342-1364). Deze Van Arkel was een bevlogen vechtjas. Hij was net teruggekeerd van een kruistocht en wilde nog niet stoppen met vechten. Zijn handen jeukten om kasteel Voorst -die eeuwige lastpost in dat moeras- met de grond gelijk te maken. Zweder van Voorst, zijn tegenstander, kon het vechten ook niet laten. Hij had het er maar druk mee: tegen Zwolle, tegen Gelre, tegen de kasteelheren van Heekeren, de Bronkhorsten en de Buckhorsten en niet te vergeten een aantal onderliggende vetes en familiedrama’s. Doordat hij het zo druk had, verloor kasteel Voorst zijn aandacht.

Zoete Zwolse wraak

Zwolle, net uit haar as verrezen na de brand van 1330 greep haar kans. Zinnend op zoete wraak gooide de stad het op een accoordje met Jan van Arkel. In ongeveer 1350 sloten ze een contract tegen de roofridders van Voorst. Afgesproken werd dat de kooplieden en handelslui ongehinderd en zonder tolbetalingen door Salland mochten reizen. Ten tweede mocht niemand burchten of stenen versterkingen bouwen, dat werden toch maar roofnesten. Tenslotte spraken ze een bondgenootschap af, dat sterker was dan het verdrag van 1294. Ze beloofden elkaar daadwerkelijk te helpen met manschappen en geld als een van de partijen werd aangevallen. Nu was het wachten op een aanleiding om de ridders een lesje te leren, maar van een oorlog wilde het eerst maar niet komen. Want de heren lieten zich niet uit de tent lokken. Een strategisch spel was nodig.

Dwarse gehoorzaamheid

De bisschop Jan van Arkel gaf aan de stad Zwolle toestemming om een kanaal te graven bij Spoolde. Een goede waterverbinding was belangrijk voor de groeiende handel in de stad. De waterweg zou dwars door het gebied van het kasteel Voorst lopen. De Zwollenaren begonnen alvast met graven. Zweder van Voorst werd woest en wilde ingrijpen. De bisschop verklaarde Voorst hierop de oorlog. Zweder had geen recht om boos te worden. Iedereen was immers gehoorzaam aan de landsheer? Voordat hij het in de gaten had, was hij door dit sluwe spel van de bisschop en van Zwollenaren in de val gelokt en was hij verwikkeld geraakt in een oorlog.

Daverende kadavers

Bron: Wikipedia

Het familiewapen van de familie Van Voorst tot Voorst. Bron: Wikipedia

Zij lieten het er niet bij zitten. Landsheer of niet, dat kanaal bij Spoolde, dwars door het gebied, zou er niet komen. Voor de tweede keer ging Zwolle door toedoen van Voorst in vlammen op, in 1361. Zwolle riep de hulp van de bisschop in. Nu was het echt oorlog, het kasteel werd belegerd, maar het sterke bolwerk bleef ongedeerd. Zwaardere middelen waren nodig. Voordat de bisschop verder ging met de strijd sloot hij een contract met Deventer en Kampen, die aanvankelijk niet zaten te wachten op een oorlog met het risico dat de heren van Voorst hun stad in lichterlaaie zouden zetten. Een fijne kanttekening voor de steden: de landsheer erkende de steden Zwolle, Deventer en Kampen als zelfstandige, onafhankelijke partij met een eigen machtspolitiek.

Toen de steden en de bisschop van Utrecht verenigd waren grepen ze op 29 juli 1362 de zwaarste oorlogsmiddelen om het kasteel te belegeren. Donderbussen, stormrammen, vlotten, het zwaarste geschut, de beste bemanning, niets kreeg het kasteel of het moreel van de bewoners van Voorst klein. Het beleg duurde 15 weken. Ten einde raad gooiden ze kadavers over de muren van de grootste burcht in Nederland. De krengen begonnen te stinken en verspreidden ziektes in het grote kasteel. Helemaal murw en doodziek moesten de belegerden zich in de winter van 1362 overgeven.

Zeer hart

Dolblij inden de overwinnaars hun buit. Eindelijk verlost van de heerschappij van het geslacht Voorst. Dit betekende vrije handelsrechten voor de steden Zwolle, Deventer en Kampen, vrijheden voor de poorters, muntrecht, vrijheid van tolheffingen, versterking van de rechtspositie en vrijheden voor de burgers van Salland. Kampen kreeg zelfs het recht van aanwas; dat wil zeggen de vrijheid om het Kampereiland door neerzakkend rivierslip te laten groeien. Dit recht hebben de Kampenaren overigens nog steeds.

Zweder van Voorst was tijdens het beleg niet op het kasteel. Op 21 januari 1363 stierf hij volgens de overleveringen aan ‘hardtseer’. De bisschop was mild tegenover de zonen van Zweder, Roderik en Wolter. In het neutrale Rhenen sloten zij in juni met de bisschop een verzoeningsverdrag. Zwolle kreeg haar kanaal door het gebied, daar waar de oorlog om begonnen was, maar moest wel een brug aanleggen, zodat de broers hun gebied konden bereiken, waar de oude pachtrechten nog golden voor het geslacht Voorst.

Grasmatje

Het speelkasteel op de plek waar ooit het echte kasteel stond. Bron: WikipediaDe bisschop Jan liet het er niet bij zitten. Sappige graslanden zouden veel meer opbrengen dan een zompig moeras. Daarom werd er een groot ontginningsplan opgezet. Het was de eerste polder van Nederland met een van de meest omvangrijke veestapels van noordwest Europa. Toen de polder af was, in 1390, werd het nieuwe land verdeeld onder Zwolle, Kampen, Hasselt, Utrecht (Sticht) en… Voorst. De pachtboerderijen brachten voor de broers Roderik en Wolter genoeg op om goed van te leven.

Het speelkasteel op de plek waar ooit het echte kasteel stond. Bron: Wikipedia

De familieleden van het geslacht Voorst leefden verslagen voort. Het was gedaan hun macht en roem. Bewust kozen de erfgenamen ervoor hun naam te voeren. De naam van Voorst tot Voorst leeft nog steeds voort. Het kasteel is nooit meer opgebouwd. Daar zorgde de bisschop wel voor: het stamslot van het roemrijke geslacht werd met de grond gelijk gemaakt. Vele wegen in Overijssel zijn verhard met de puinresten van het kasteel. De Zwollenaren voltooiden de kerktoren met de stenen van de roofburcht.

Op dit moment, in de wijk Westenholte ligt er op de plaats waar het eens zo machtige grootse kasteel opdoemde uit het moeras een grasmatje, de Stinsenplaats, met een houten speelkasteeltje als vage herinnering aan het grootste kasteel dat Nederland ooit gekend heeft.

Met dank aan Aly Beekhof voor de afbeelding van de kaart Mastenbroek.

Bronnen